In de rubriek Stad in de Kijker laten we elke editie een stads- of gemeentebestuur aan het woord en polsen we naar de initiatieven die genomen worden om natuurbeheer, groen en biodiversiteit te versterken. Laurens Hofman, schepen van onder meer milieu, dierenwelzijn en groen en natuur in Dendermonde, stipt daarvoor graag de recente vernieuwing van de begraafplaats in deelgemeente Sint-Gillis-Dendermonde aan. Die illustreert niet alleen de focus op ontharding, maar ook het belang van samenwerking en draagvlak.
Iedere gemeente heeft het wel over ontharding. Terecht, want met de hoge verhardingsgraad en steeds nijpendere water- en klimaatproblematiek is elke extra mogelijkheid tot natuurlijke infiltratie welkom. Maar in Dendermonde is het meer dan enkel meesurfen op algemene tendensen. Hier is ontharding topprioriteit. “Onze stad is enorm gevoelig voor waterschade”, legt Laurens Hofman uit. “Dat komt enerzijds door de aanwezigheid van de Dender en de Schelde, anderzijds door de sterke verstedelijking van ons grondgebied. Willen we onszelf daarvoor behoeden, dan moeten we met andere woorden wel ontharden.”

Dat de noodzaak hoog is, betekent evenwel niet dat de opdracht eenvoudig is. Binnen de grenzen van een sterk verstedelijkt gebied, zijn geschikte zones nu eenmaal niet wijdverspreid. Projecten in Dendermonde richten zich in hoofdzaak dan ook op punctuele ingrepen, bijvoorbeeld door het ontharden van het binnengebied tussen appartementsgebouwen. “De begraafplaats van Sint-Gillis-Dendermonde, een terrein van in totaal drie hectare, was eigenlijk een van de weinige plekken waar we op iets grotere schaal konden ontharden en vergroenen”, geeft Hofman toe. “De visie daarvoor werd in 2021 door de gemeenteraad goedgekeurd. Afgelopen mei werd het project volledig opgeleverd.”

Concreet gaat het om de transformatie van het klassieke kerkhof tot een serene, groene parkbegraafplaats. Daartoe werden de typische grindpaden verwijderd en vervangen door groene stroken, werd er ook tussen de graven groen voorzien en werden er nieuwe rustplekken ingericht. De grootste ingreep was evenwel de realisatie van een open groene ruimte van zo’n 40 are, die ingericht werd als strooiweide en crematietuin. “In totaal werden hiervoor meer dan 1.400 graven ontgraven”, vertelt Hofman. “Hoewel de concessies van deze graven al jarenlang verlopen waren, blijft dat toch een precaire aangelegenheid. Er zijn nu eenmaal heel wat emoties aan zo’n begraafplaats verbonden. Ook wanneer het gaat over de aanplant van nieuwe bomen, bijvoorbeeld, merk je dat dat hier toch net iets gevoeliger ligt.”

Om te verzekeren dat er voldoende maatschappelijk draagvlak was voor het project, werd dan ook stevig ingezet op bewustwording en overleg. Hofman: “In de jaren tussen visieplan en realisatie organiseerden we voor onze burgers en instanties herhaaldelijk infomarkten. Daarnaast waakten we erover dat alle relevante aanplakbiljetten minstens twee Allerheiligen zichtbaar waren, alvorens er actie ondernomen werd. Iedere betrokken partij heeft zo kennis kunnen nemen van het project.”
Nu het project gerealiseerd is, verschuift de focus van Hofman naar het beheer. “Er is maximaal gekozen voor inheemse beplanting. Waar mogelijk, bijvoorbeeld in de randzones, gebeurde de selectie in functie van een extensief onderhoud. Met onze diensten staan we wel in voor de nodige, sporadische snoeiwerken, maar het meeste onderhoud wordt eigenlijk uitgevoerd door verenigingen. Dat was ook voor de vernieuwing al het geval, al ging het toen voornamelijk over het wieden van onkruid. Vandaag houden ze zich vooral bezig met het maaien van de begraafplaats.”