Marc Galle is tuinaannemer. Daarnaast was hij twaalf jaar voorzitter van ‘Groen Groeien’, de vereniging van Vlaamse tuinaannemers, en behaalde hij het certificaat van ecologisch adviseur. Sinds kort mag hij daar ook de titel ‘Bodempionier’ aan toevoegen.
Grond+Zaken, een initiatief van de Vlaamse overheid, is een lerend netwerk van bodempioniers. “Binnen dat netwerk onderzoeken we in de praktijk hoe we beter voor de bodem kunnen zorgen en hoe we die kunnen regenereren. We wisselen ook kennis en ervaringen uit. Een gezonde bodem zorgt immers voor meer biodiversiteit, een betere waterhuishouding en meer veerkracht tegenover klimaatverandering”, vertelt tuinaannemer en bodempionier Marc Galle.
“Eigenlijk heel triestig. De bodem staat zwaar onder druk door intensief gebruik, erosie en verdichting. Zowel in bossen als in tuinen, en zeker in landbouwgebied, zien we een duidelijke afname van de biodiversiteit. Met de kennis die ik intussen heb opgedaan en door het geheel wat meer vanop afstand te bekijken, denk ik dat verdichting het grootste probleem is in onze sector. Vroeger had de metser een kruiwagen. Vandaag rijden vrachtwagens en tractoren af en aan en wordt de bodem herhaaldelijk omgewoeld. Daarna komt de tuinaannemer aan de beurt, die moet werken met een volledig verstoorde en aangereden bodem.”
“De grootste uitdaging is opnieuw zuurstof in de bodem brengen en het bodemleven activeren. Dat bodemleven kan je niet zelf creëren, je kan enkel de juiste omstandigheden scheppen. Je kan het wel enten, bijvoorbeeld met wormencompost. Mijn regel nummer één is: alles wat de mens verdicht, moet hij ook weer losmaken.”


“Door organisch materiaal toe te voegen, of in kleigronden bijvoorbeeld grof rivierzand, creëer je meer lucht in de bodem. Daarnaast is het belangrijk om goed te leren kijken naar wat er in een tuin groeit. Bepaalde planten geven namelijk duidelijke signalen over de toestand van de bodem. Zo wijst een uitbundige groei van zuring vaak op een natte en zure bodem. Veel distels duiden dan weer op verdichting. Met hun vlezige penwortels proberen ze de grond als het ware open te breken.”
“Wist je dat het aantal regenwormen in onze tuinen gehalveerd is? Nochtans hebben we ze hard nodig voor een gezonde bodem. Pendelaars bijvoorbeeld zijn regenwormen die zich verticaal door de bodem bewegen. De gangen die ze maken, zorgen ervoor dat water beter kan infiltreren.”
“De natuur probeert de bodem altijd zo snel mogelijk te bedekken. Via het bladgroen zetten planten zonlicht om in suikers. Die suikers worden via symbiose uitgewisseld met het bodemleven, dat er zijn voedsel uit haalt. Zonder die voeding sterft de bodem langzaam af. Planten verdampen bovendien water en dragen zo bij aan een vochtige lucht. Daarbij spelen kleine en grote watercycli een rol. De kleine watercycli worden gevoed door vijvers, bossen, beken en natte graslanden.”
“Wist je bijvoorbeeld dat een bos zelfs een regenbui kan helpen opwekken? Vandaag zien we steeds vaker lange droge periodes, onder meer door verharding en kale bodems. Daarom moet de bodem functioneren als een spons: in natte periodes water opnemen en het in droge periodes geleidelijk weer afgeven.”
“Een bodem met veel organische stof en actief bodemleven. Samen zorgen ze voor een poreuze kruimelstructuur die water kan opnemen en vasthouden.”