Platform voor de tuin- en groenprofessional

NL | FR

Nieuws

Hoe bestrijd je de larven van de bladsprietkever? Engerlingen de sluipdoders van het gazon

pexels-matthias-cooper-580900

Tekst | Sandy Adriaenssens (Proefcentrum voor Sierteelt)

10 maart 2021 Leestijd 9 minuten

Deel dit artikel

Wordt het gazon in het voorjaar geel en kan je de grasmat optillen van de bodem? Dan heb je naar alle waarschijnlijkheid te maken met een zware aantasting door engerlingen. Een honderd procent efficiënte chemische of biologische bestrijding van deze plaag is helaas zo goed als onmogelijk, maar de onderzoekswereld en overheid zoeken koortsachtig naar een doeltreffende oplossing. In dit artikel geven we alvast een overzicht van het schadebeeld, de levensloop en de bestrijdingsmogelijkheden van de sallandkever in het bijzonder.

Engerlingen is een verzamelnaam voor larven van bladsprietkevers. Deze larven voeden zich met de wortels van het gras, zodat de zoden uiteindelijk los komen te liggen. Het resultaat is een grasmat met her en der verdroogde, dode, gele of zelfs open plekken. Omdat merels, kraaien, spreeuwen, enzovoort dol zijn op de dikke larven, treedt er in de meeste gevallen bovendien nog secundaire schade op door het scharrelen van deze vogels. Daarnaast kunnen de kevers zelf tot enkele kilometers ver vliegen, met als gevolg dat de schade zich wijd verspreidt. 

Om de plaag vast te stellen volstaat het om een aangetaste, wortelloze zode op te tillen. Je zal dan snel tientallen larven aantreffen.

Engerlingen voeden zich met de wortels van het gras, met als resultaat een grasmat met her en der verdroogde, dode, gele of zelfs open plekken.

Levensloop

Het merendeel van de engerlingen die vraat aan gazons veroorzaken, zijn de larven van de sallandkever of Hoplia philantus. Ook de rozenkever, Phyllopertha horticola, komt voor in gazons, zij het in mindere mate. 

De sallandkever heeft een tweejarige cyclus, de rozenkever een eenjarige. In zwaar geteisterde tuinen zullen vanaf begin mei tot juni de volwassen kevers bij valavond in grote aantallen uit het gras omhoogvliegen. Het vrouwtje legt glazige ovale eieren op een diepte van 15 à 20 centimeter en in groepjes van twaalf tot dertig stuks in het gazon af, en enkele weken later komt het broedsel uit.

De larven voeden zich de eerste weken nog met humusachtige, afgestorven plantenresten. Daarna schakelen ze over op de haarwortels, om ten slotte alle plantenwortels te verorberen. De schade in het gazon zullen we dan ook maar pas merken in de vroege herfst van het volgende jaar. Als de temperaturen in het najaar zakken, kruipen de larven dieper in de grond, om in het voorjaar weer naar boven te komen en de graswortels aan te vreten. Pas in de lente verpoppen ze in de grond tot kevers. De volwassen kevers veroorzaken over het algemeen weinig schade. 

Niet de volwassen kevers, maar wel de larven veroorzaken schade.

Preventie

Slecht onderhouden gazons zijn meer vatbaar voor schade. Geef het gazon daarom voldoende water en meststoffen, en zorg voor een correcte pH en optimale bodemstructuur.

Herstel het beschadigde gras door nieuw graszaad in te zaaien of grasmatten te leggen. Bodemomwoeling voor de heraanleg is aangeraden, aangezien het voor eitjes en larven ongunstig is. Verticuteer ook voldoende om mosaantastingen te vermijden.    

De natuurlijke vijanden van engerlingen zijn entomofage aaltjes en schimmels, vogels, kippen, egels, spitsmuizen en mollen.

Chemische bestrijding

Een curatieve chemische bestrijding is momenteel niet mogelijk, daar er geen afdoende en erkende gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn voor het bestrijden van engerlingen in gazons (zie www.fytoweb.be). Oriënterend proefwerk door PCS in het verleden gaf aan dat grotere, oudere larven heel moeilijk te bestrijden zijn met insecticiden.

Vooral larven van de sallandkever of Hoplia philanthus zijn verantwoordelijk voor schade in gazons.

Biologische bestrijding

Biologische bestrijding van de rozenkever is mogelijk met insectenparasiterende aaltjes. Handelspreparaten zijn bijvoorbeeld B-Green, Biogreen en Larvanem. Deze microscopisch kleine aaltjes zullen actief op zoek gaan naar keverlarven. Ze dringen de larve binnen en scheiden daar bacteriën af die fataal zijn voor de engerling. De bacteriën zetten de ingewanden van de gastheer om in vloeibaar voedsel voor de nematoden, zodat zij zich op hun beurt vermenigvuldigen en er dus een nieuwe generatie aaltjes op zoek kan naar resterende engerlingen. Geïnfecteerde keverlarven verkleuren van witbeige naar helder rood tot bruin en het insect verslijmt, waardoor het vaak moeilijk terug te vinden is. De eerste engerlingen kunnen na twee tot vier dagen reeds gedood worden. 

Er zijn echter aardig wat aandachtspunten bij deze behandeling. Zo is een juiste determinatie van de bladsprietkeverlarven essentieel. De aaltjes geven bij de bestrijding van de sallandkever namelijk slechts een wisselvallig resultaat en de mei- en junikever zijn zelfs helemaal niet vatbaar. Bij twijfel kunnen larven opgestuurd worden naar de Waarneming & Waarschuwingsdienst van het PCS.

Ook de rozenkever, Phyllopertha horticola, komt voor in gazons.

Daarnaast moet de toepassing van aaltjes beredeneerd gebeuren. De behandeling gebeurt best tussen half juli en september, wanneer de keverlarven zich vlak onder de graszoden bevinden en larven van de nieuwe generatie het meest vatbaar zijn voor biologische bestrijding. Hoe ouder en groter de larve, hoe moeilijker doordringbaar namelijk voor de aaltjes. Dat er vaak meerdere generaties in een grasveld voorkomen, maakt de zaak er niet eenvoudiger op.

Verder mag de bodemtemperatuur mag niet onder de 12°C zakken en moet de bodem voldoende vochtig zijn. De aaltjes zijn immers zeer gevoelig voor uitdroging en blootstelling aan zonlicht. Daarom worden ze best aangebracht bij bewolkt weer en bij voorkeur ’s avonds. Na de toepassing moeten de aaltjes ingeregend worden. Het gazon moet daarna enkele weken vochtig blijven. Interessant om weten is dat deze aaltjes ook de larven van de schadelijke taxuskever doden.

Toekomstperspectieven

Verschillende groenvoorzieners contacteerden het PCS al omtrent de problematiek van engerlingen in gazons. Lange droge periodes zorgen ervoor dat aaltjes niet altijd goed verspreid worden in de uitgedroogde bodems. Daarom zet het PCS de komende jaren in op praktijkonderzoek dat de biologische bestrijding van engerlingen kan verbeteren, in samenwerking met overheden, firma’s en de groensector.  

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Thomas Goossens

Projectmanager

Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik vertel je graag meer over onze samenwerkingspakketten.

0%

    Stuur ons een bericht

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details