Voor Bart Mispelblom Beyer, medeoprichter van TANGRAM Architekten in Amsterdam, is duurzaamheid geen label, maar een manier van denken. “De meeste verhalen over ‘groen’ zijn nonsens”, zegt hij zonder omwegen. “Greenwashing is al decennia populair. Wij proberen dat te doorbreken door duurzaamheid niet te zien als een optelsom van technologie, maar als een samenspel van ruimte, natuur en menselijk welbevinden.”
Waar anderen groen ‘aanplakken’ – denk aan een boom in een bak of een daktuin als excuus – maakt TANGRAM Architekten het groen integraal onderdeel van de architectuur. Het bureau werkt al jaren vanuit drie sleutelwoorden: Stedelijk, Gezond en Groen. “Als je een gebouw ontwerpt dat veel vierkante meters stad inneemt, moet het ook iets teruggeven”, zegt medeoprichter Bart Mispelblom Beyer.

In projecten zoals Rhapsody in West (Amsterdam) wordt dat concreet. Het gebouw functioneert letterlijk als een spons. Regenwater wordt opgevangen in een dikke substraatlaag, waarin bomen groeien die zichzelf in stand houden.
“Zonder die laag zouden de riolen in de omgeving het niet aankunnen. Het gebouw houdt water vast, zuivert lucht en dempt geluid. Bewoners horen de snelweg nog wel, maar ervaren die anders. Dat is perceptie, en perceptie bepaalt welzijn.”
TANGRAM onderzoekt al meer dan tien jaar hoe architectuur kan bijdragen aan gezondheid en geluk. Een mooi voorbeeld is Zuidoever, een woonzorgcentrum voor mensen met dementie op de Zuidas. Het gebouw is georganiseerd rond een weelderige binnentuin, die intussen een klein woud geworden is. “De lucht is er vochtig, het ruikt er aangenaam, mensen zoeken die plek spontaan op. Daardoor leren ze elkaar kennen en helpen ze elkaar. De zorgvraag daalt, het medicijngebruik halveert en het ziekteverzuim ligt tien keer lager dan gemiddeld.”
De meerkost van het groen was aanzienlijk, maar werd binnen vier jaar terugverdiend. “Dat toont dat zachte waarden zoals welzijn, ontmoeting en oriëntatie een meetbaar rendement opleveren. Alleen ontbreekt in de bouw vaak nog de taal om dat concreet te benoemen.”
Volgens Mispelblom Beyer ligt daar ook een beperking van artificiële intelligentie. “AI begrijpt harde data zoals energie, licht en ventilatie, maar niet de zachte waarden. Geluk, oriëntatie en comfort kan je niet zomaar modelleren.”
Daarom werkt TANGRAM samen met TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Universiteit Leiden om te onderzoeken hoe mensen ruimte ervaren. “Pas als je begrijpt wat mensen zien, horen en voelen, kun je dat omzetten in data en gebruiken in het ontwerp.”

Samen met CBRE Global Investors werkt TANGRAM aan een handboek voor toekomstbestendig wonen voor ouderen. “Dat zijn partijen die serieus investeren. Ze begrijpen dat groen, gezondheid en gemengde woonvormen de waarde van vastgoed op lange termijn verhogen”, zegt Mispelblom Beyer.
“Ontwikkelaars denken vaak in kosten, terwijl beleggers kijken naar de totale waarde over de volledige levenscyclus. Gezonde bewoners, lagere zorgkosten en minder personeelsverloop vertalen zich rechtstreeks in rendement.”
Groen krijgt volgens Mispelblom Beyer pas betekenis binnen een groter geheel. “Een reeks parken of binnentuinen heeft alleen waarde als ze verbonden zijn. Het worden dan ‘groene kamers’, plekken waar mensen zich kunnen oriënteren.”
Dat geldt zowel voor steden als voor gebouwen. “Wij ontwerpen met contrasten in licht, geluid en materiaal. Zo vinden mensen vanzelf hun weg. Dat is de essentie van leefbare architectuur.”
