Tagarchief: Groendaksubstraten

Groendaksubstraten onder de loep

Groendakproject-1
Lees het gehele artikel

Hogeschool VIVES doet vergelijkende studie

Lava, puimsteen, veel of weinig organisch materiaal…: er wordt veel gesproken over de samenstelling van groendaksubstraten, maar wat is nu precies de ideale formule? Zowat elke fabrikant of leverancier hanteert immers zijn eigen visie en recept. Om inzicht te krijgen in wat wel of net niet werkt, voert de onderzoeksgroep Groenmanagement van Hogeschool VIVES in Roeselare, met ondersteuning van onder meer de Belgische Federatie Dak- en Gevelgroen, een vergelijkende studie uit. Die moet uiteindelijk leiden tot objectieve kwaliteitsparameters.

“In totaal worden zes verschillende, commercieel beschikbare substraten voor extensieve groendaken onderzocht, en twee eigen experimentele mengsels met alternatieve minerale grondstoffen”, vertelt projectmedewerker Yves Dehondt. “In een eerste fase werden de substraten in het labo op een aantal fysieke parameters gekarakteriseerd, om ze vervolgens in vivo te testen. Dat gebeurt op een proefdak met testvakken van 150x150x10 cm. Voor elk substraat zijn er drie proefvlakken voorzien, die in oktober 2020 met sedum gestekt werden. Sindsdien volgen bachelorstudenten de groei van de plantjes op.”

Naast de commerciële substraten worden ook experimentele mengsels met alternatieve minerale grondstoffen getest.

Plantengroei

Guillaume Martens is een van de studenten in kwestie. Hij ging begin april 2021, eind mei 2021 en begin mei 2022 ter plaatse om de bedekkingsgraad van de verschillende proefvlakken te evalueren. 

Van meet af aan waren er duidelijke verschillen: “Bij sommige substraten zag je al meteen een hoge bedekkingsgraad van ruim 70%, terwijl het in andere gevallen heel bescheiden begon. Toch is zo’n sterke of zwakke start niet noodzakelijk een graadmeter voor het finale resultaat. Er zijn substraten waarbij meteen een goede groei opgetekend kon worden, maar er nadien sprake is van stagnatie, en ook het omgekeerde is waar. Zo evolueerde één testbak zelfs van een initiële bedekkingsgraad van circa 30% naar maar liefst 95% een jaar later. Al zijn er helaas ook substraten waarbij de bedekkingsgraad in de afgelopen twee groeiseizoenen nooit die 30% overschreden heeft.”

Van meet af aan waren er duidelijke verschillen in de plantengroei.

Plantenstress

Naast de groei van de planten wordt in het onderzoeksproject ook de plantenstress tijdens droogteperiodes gemonitord. 

“Dat gebeurt middels chlorofylspectrometrie”, aldus Dehondt. “Gezien het eerder natte seizoen van vorig jaar, hebben die metingen echter wat vertraging opgelopen. Dit seizoen zijn de omstandigheden er wel naar, en we hopen het komende jaar dus ook daarover de eerste bevindingen te kunnen meegeven.”

Zowel de resultaten van de plantengroei als die van de plantenstress zullen uiteindelijk getoetst worden aan de eerder vastgestelde karakteristieken van de verschillende substraatmengsels, met in het bijzonder de pF-curves. 

“De verwachting is dat substraten met een grote hoeveelheid plantbeschikbaar water het best zullen scoren. Het is immers niet zomaar het complete vochtgehalte van een substraat dat telt, maar wel dat aandeel plantbeschikbaar water. Wanneer die cijfers beschikbaar zijn, zal het ook mogelijk zijn om objectieve aanbevelingen te doen wat de substraatkeuze betreft. Niet merk- of fabrikantgebonden, maar zuiver in functie van de vochthuishouding en korrelgrootteverdeling.”

Alle substraten werden op voorhand in het labo gekarakteriseerd.

Alternatieve samenstelling

Niet enkel commerciële substraten zijn in de studie opgenomen. Zes proefvlakken werden voorbehouden voor experimentele mengsels op basis van glasschuimgranulaat. 

Dehondt: “Dat is een restproduct van de glasindustrie dat we hier als alternatief voor lava toepassen. Het is immers nog veel lichter en zou zo dus een belangrijke meerwaarde kunnen betekenen voor de opbouw van een groendaksysteem. In het kader van de studie gaan we daarom na of het, in combinatie met twee verschillende hoeveelheden organisch materiaal, tot even goede resultaten leidt inzake groei en plantenstress.”

“Op dit moment doet helaas maar één testbak met glasschuimgranulaat het echt goed”, zegt Martens op basis van de beschikbare metingen. “Over het algemeen krijgen we, noch bij 5 vol% organische stof, noch bij 10 vol% organische stof, het gewenste resultaat voor een volwaardig groendak.” 

Dehondt: “Vermoedelijk ligt de oorzaak bij de korrelgrootteverdeling, maar dat zal de pF-karakterisatie moeten uitklaren. De resultaten zullen in ieder geval in september op de ledenvergadering van de Belgische Federatie Dak- en Gevelgroen bekendgemaakt worden.”

Simon Perneel, voorzitter van de Belgische Federatie Dak- en Gevelgroen, is alvast opgetogen over de samenwerking: “Onze federatie werd opgericht om een neutraal klankbord te zijn omtrent groendaken en groengevels. Een onafhankelijke studie zoals die van VIVES is voor ons dan ook een belangrijke tool om onderbouwd advies te kunnen geven aan ontwerpers en beleidsmakers, en er staan nóg interessante proeven en samenwerkingen op stapel.”