In de rubriek ‘Stad in de Kijker’ laten we elke editie een stads- of gemeentebestuur aan het woord en polsen we naar de initiatieven rond natuurbeheer, groen en biodiversiteit. Zo besteedt de gemeente Wuustwezel veel aandacht aan puntsgewijze ingrepen en koppelkansen op haar uitgestrekte grondgebied. Die zijn vaak kleinschalig, maar worden wel bewust ingericht met een verblijfsfunctie in het achterhoofd.
Met 21.800 inwoners en een oppervlakte van zo’n 90 km², waarvan slechts 11% bebouwd, is Wuustwezel een uitgestrekte en uitgesproken landelijke gemeente. De naam verwijst dan ook naar een woest (‘wuust’) weide- en bosgebied (‘wieze of wezel’). Naast de grote groenpolen, die vaak in samenwerking met onder meer Bosgroep Antwerpse Gordel en Regionaal Landschap De Voorkempen worden beheerd, richt het gemeentebestuur zich ook bewust op kleinere groenprojecten. Die worden steeds vaker in eigen beheer gerealiseerd, van ontwerp en financiering tot aanleg en onderhoud.

“Een van de grote troeven van onze gemeente zijn de vele dreven en waardevolle bomenrijen”, vertelt Pieter Cools, schepen van omgeving, landschap, ondernemen en digitalisering. “Die proberen we zoveel mogelijk te behouden en waar nodig opnieuw aan te planten.”
“Door de omvang van ons grondgebied is dat een uitdaging”, vult landschapsdeskundige Paul Deckers aan. “Met ons relatief kleine team kunnen we niet elk jaar alle dreven aanpakken. Daarom werken we in sectoren: elk jaar komt een andere zone aan bod.”
En het is niet alleen de groendienst die zich inzet voor de inrichting van de dreven. Wanneer er een nieuwe aanplant op de agenda staat, worden ook de omliggende scholen betrokken. “De leerlingen komen dan een uurtje helpen”, vertelt Cools. “Dat zorgt altijd voor veel enthousiasme.”

Betrokkenheid speelt een centrale rol in de groenprojecten van Wuustwezel. Bij de herinrichting van het Bibliotheekplein — laureaat in de categorie Omgevingsgroen van de VVOG Awards 2025 — werden bijvoorbeeld specifieke inspraakmomenten georganiseerd voor kinderen. “De ronde zitbanken en speelheuvels zijn rechtstreeks uit die participatie voortgekomen”, vertelt Deckers. “Het mooie is dat kinderen in de openbare ruimte van vrijwel alles een speelelement kunnen maken.”
De gemeente wil met dergelijke projecten niet alleen vergroenen, maar ook de kwaliteit van de ruimte verhogen. “We willen verder gaan dan louter zichtgroen en inzetten op verblijfsruimte. Groen moet uitnodigen om gebruikt te worden. Dat vergt uiteraard aangepaste beplanting en extra aandacht voor onderhoud, dus daar blijven we ons met de groendienst in verdiepen. We zien onze gemeente op dat vlak als een soort laboratorium waarin we blijven bijleren.”

Kleinschalige ingrepen spelen een steeds belangrijkere rol binnen het gemeentelijke weefsel. “De impact van dergelijke projecten zal alleen maar toenemen”, zegt Cools. “Daarom proberen we opportuniteiten te grijpen wanneer ze zich voordoen.” Zo werd de plaatsing van een nieuw monument in het Mansionpark aangegrepen om de volledige site op te waarderen. Ook de restauratie van de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk was een ideale aanleiding om de omgeving mee te vergroenen. “Op die plekken ligt de nadruk minder op spelen, maar zorgen zitbanken wel voor een duidelijke gebruiks- en verblijfsfunctie.”